Feiten uit 1997 tot 2000
De feiten gaan terug tot de periode 1997-2000. In die jaren legden nogal wat grote namen uit de parfumwereld hun verdelers een "aanbevolen verkoopprijs" op en bepaalden ze ook de maximale korting die de verkopers mochten toestaan. Volgens de Franse Conseil de la Concurrence hadden de betrokken bedrijven zelfs een soort van" prijzenpolitie" in het leven geroepen om hardleerse handelaars onder druk te zetten en met commerciële represailles te bedreigen.
Bij de parfumproducenten waren grote namen als Beauté Prestige International (Jean-Paul Gaultier en Issey Miyake), Chanel, Parfums Christian Dior, Comptoir nouveau de la parfumerie (Hermès), ELCO (Clinique en Estée Lauder), Parfums Givenchy en Kenzo Parfums (nu allebei van LVMH), Guerlain, L'Oréal Produits de luxe France, Pacific Création Parfums (Lolita Lempicka), Shiseido France, Thierry Mugler Parfums (nu Clarance Fragrance Group) en YSL Beauté.
Jarenlange procedureslag
De Franse concurrentiewaakhond legde hen in maart 2006 al een boete op van alles samen 46,2 miljoen euro, maar de betrokken bedrijven lieten het daar niet bij en er ontspon zich een heuse juridische strijd. De parfumbedrijven trokken naar het Hof van Beroep en dat veegde de beslissing van de concurrentiewaakhond van tafel. Tot groot ongenoegen van het ministerie van economische zaken, dat daarop naar het Hof van Cassatie stapte.
Dat verbrak in 2010 dan weer uiteindelijk de beslissing van de rechter in beroep, zodat het hele geschil opnieuw voor het Hof van Beroep moest komen in Parijs. De rechter heeft nu de betrokken bedrijven opnieuw veroordeeld, maar het bedrag van de boete wel teruggebracht tot alles samen 40,2 miljoen euro.



